Fijnspar (Picea abies)

Ondanks het feit dat we tijdens kerst het woord dennenboom gebruiken, spreken we in het geval van de Fijnspar over een sparrenboom. Kenmerk van deze kerstboom is dat de boom snel zijn naalden verliest, dit in tegenstelling tot de Nordmann of de Servische spar.

De fijnspar komt in Nederland nauwelijks voor in het wild. In de Alpen en in Scandinaviƫ wel. Het is een boom die in goede omstandigheden extreem oud kan worden. De oudste boom ter wereld is een fijnspar in de Zweedse provincie Dalarna. In april 2008 werd bekend dat de boom 9550 jaar oud is.

Met name de jonge fijnspar heeft een echte kerstboomvorm. De wat oudere exemplaren hebben vaak een lange kale stam. Een vrijstaande fijnspar kan tot 50 meter hoog worden, maar omdat kerstbomen meestal in bossen voorkomen, gebeurt dat niet vaak. De opbouw van de boom is heel regelmatig en loopt uiteindelijk spits toe. De spits is tenslotte kegelvormig. De meeste van de takken zijn horizontaal maar in de kegel van de boom staan ze ook omhoog. De naalden zijn heldergroen en hebben een ruitvormige doorsnede. De jonge takken zijn geelbruin getint, glad en zacht behaard.

Er is een wezenlijk verschil tussen de mannelijke en de vrouwelijke fijnspar. De mannelijke kegels zijn bolvormig. De kleur verandert van rood in het begin tot geel later. Ze zijn circa 1 cm lang en zitten aan het eind van hangende twijgen. De vrouwelijke kegels zijn rechtopstaand en eivormig. De kleur varieert van groen tot donkerrood. Na bestuiving en bevruchting ontstaan er 12-18 cm lange, donkerbruine, cilindrische kegels die omlaag hangen.